| |
40 jaar bij de omroep: Vroeger was er teveel geld, nu te weinig
1 oktober jongstleden kwam in Hollandse Rading een groep mannen bijeen om te vieren dat het 40 jaar geleden was dat ze bij de omroep kwamen werken. Ze blikken terug op een tijd die sterk verschilt van de huidige. ‘Nee, vroeger was niet alles beter, maar het was wel gezelliger.'
Chris Roest, Koos van der Kooi en Hylke Beerstra begonnen samen met negen andere jongens op 1 oktober 1969, vlak voordat de NTS de NOS werd, aan hun opleiding bij de afdeling Bureau Bedienings Techniek. Die duurde twee maanden en daarna kon je meteen aan de slag. Roest: ‘Je werd ingedeeld op basis van je examencijfers. De beste jongens gingen naar beeld, de middenmoot naar geluid en de slechtste naar licht, want die moesten de komende jaren toch alleen maar met kratten en kabels sjouwen. Ikzelf kon geen examen doen omdat mijn vader die dag werd begraven. Ik heb jaren later nog geprobeerd een diploma te krijgen, maar dat kon niet.' Desondanks kon Roest aan de slag. Omdat hij tijdens de opleiding goed bleek te kunnen ‘hengelen' werd hij ingedeeld bij geluid, net als Beerstra. Van der Kooi ging naar beeld.
Luxe
De onderverdeling leverde geen scheve gezichten op, integendeel; al snel ontstond er een hechte groep. Wat hen bond was het wonen op kamers en het nuttigen van de gezamenlijke maaltijd in een van de omroepkantines. Van der Kooi: ‘Bij de NCRV stonden de aardappels op tafel, bij de VARA liepen obers in jacquet en vloeide de alcohol rijkelijk.' De luxe bij de arbeidersomroep was tekenend voor die tijd. ‘Geld speelde geen rol', aldus Roest. ‘De NOS had het monopolie op de faciliteiten en was verplicht het beste te leveren. Als er iets nieuws was op technisch gebied, kon de NOS dat gewoon aanschaffen. Zodoende hadden wij altijd de beste spullen.'
Omdat er nog geen grote studio's waren, werden veel opnames op lokatie gedraaid. Ook daar werd niet op een gulden meer of minder gekeken. Roest: ‘Als het nog niet af was kon je rustig met de hele club nog een extra nacht verblijven in een hotel in Groningen. En het waren goede hotels.' Hij vervolgt: ‘Het kwam voor, dat je bij een programma meerdere regisseurs tegelijkertijd had, hetgeen tot grote hilariteit en totale verwarring leidde. Bij De Fred Hachéshow waren bijvoorbeeld vier regisseurs en stonden velen te kijken als er weer eens blote meiden ten tonele verschenen. Bij ‘t Schaep met de vijf pooten waren de hele week vier geluidsassistenten op de vloer, terwijl deze maar een aantal keren in die week gelijktijdig in actie moesten komen.' Beerstra: ‘Per dagdeel werd dan bekeken hoeveel geluidhengels er per scène nodig waren, waren het er minder dan vier, dan werden er lootjes getrokken en konden één of twee collega's naar huis, terwijl de werktijd voor hen doortikte'.
Mellotron
Toch hebben de drie heren al die jaren niet alleen maar uit hun neus lopen eten. Zo deed Beerstra het geluid bij tal van muziekoptredens voor tv. Werken voor grote namen als Roxy Music, Van Morrison, The Who en The Police, maakte dat geen indruk? Beerstra: ‘Beroemdheid zei mij niet zoveel, ik benaderde ze puur professioneel.' De waardering van de muzikanten was het belangrijkste voor de technici. Van der Kooi leidde tien jaar lang de ploeg die Reiziger in muziek ondersteunde en Roest hielp tijdens een optreden in het Concertgebouw The Moody Blues uit de brand. ‘Hun mellotron deed het niet en dat was nu juist het instrument dat hun sound bepaalde. Wij ontdekten dat de voeding kapot was en hebben toen een reserve-accu uit de reportagewagen gesloopt. Na twee uur werk kregen wij een daverend applaus; het concert kon doorgaan.'
Geld
Vanaf de jaren 90 is het allemaal hard achteruit gegaan met de kwaliteit, vinden de drie. Beerstra: ‘Vroeger kon je het rustig aan doen en daardoor mooi maken. Tegenwoordig moet het allemaal zo snel mogelijk met zo min mogelijk mensen voor zo weinig mogelijk geld. Er zijn bijvoorbeeld televisieprogramma's, die uitsluitend gebruik maken van op afstand bestuurbare camera's, zodat je geen reportagewagen meer nodig hebt. Maar daardoor kun je niet meer snel reageren als de situatie niet volgens het draaiboek verloopt en dan ziet het er cameratechnisch minder goed uit.' Roest: ‘Bij de commerciëlen is het helemaal erg, zeker nu met die crisis moet alles daar nog goedkoper. Maar ook bij de publieke omroep wordt de sfeer verziekt door geld.' Van der Kooi: ‘Wij zijn in collegialiteit opgegroeid. Tegenwoordig draait het om concurrentie. Ik zal niet zeggen dat vroeger alles beter was, maar het was wel gezelliger.' Van der Kooi wil met zijn reünieclub echter niet alleen terugkijken. Hij is vooral benieuwd wat er allemaal nog komen gaat. ‘Wij hebben elke overgang meegemaakt: van mono naar stereo, van zwart-wit naar kleur, van analoog naar digitaal. Ik hoop dat ik nog hologramtelevisie meemaak.'
Luc Lansink
Foto: Aat Dijk |
|